• Amies

Uil

‘Wat naar binnen kan, kan zeker ook weer naar buiten,’ zegt hij terwijl hij met stralende ogen een haas naar binnen werkt. ‘Hij lag hier al! Zomaar! Dit moet mijn geluksdag zijn!’ Ik schud mijn hoofd ‘Je zou niet moeten eten wat je zelf niet kunt vangen.’ Een dag later kom ik terug en zie hoe het steenuiltje op de grond voor zijn wilg ligt. Dood. Zijn ogen opengesperd, kleiner dan zijn buik, maar groter dan zijn keelgat.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd