• Amies

Foto

Chipsbak op zijn hoofd, servetjes in zijn oren, komkommer tussen zijn benen en nootjes in zijn neus. Dit feestje was hij de sukkel die te vroeg op de bank in slaap viel. Dat hij al dood was toen we de foto’s maakten, wisten we toen nog niet. We merkten het pas de volgende ochtend, toen we met knallende koppijn de kamer wilden opruimen. Hij niet. Halverwege de avond had ik hem zien zoenen met het meisje waar hij al maanden verliefd op was. De held. Normaal was hij er de man niet naar om actie te ondernemen, want daar was hij te onzeker voor. Zo gebeurde er op liefdesgebied eigenlijk nooit wat in zijn leven. Deze avond was een uitzondering. Hij had toch de sprong gewaagd en met succes. Ik was trots toen ik hem zag stralen. De foto’s zijn lang zo leuk niet als dat ze bedoeld waren, en ik denk niet dat iemand er ooit om zal kunnen lachen. Ik betwijfel zelfs of iemand anders ze ooit zal zien. Toch heb ik ze laten ontwikkelen. Waarom? Eén voor één bekijk ik ze, in de hoop een teken van leven te zien. De dokter was duidelijk toen hij zijn inschatting maakte van het tijdstip van overlijden, maar ik word misselijk bij die gedachte. De gedachte dat we erbij waren toen hij stierf, dat we niks hebben gemerkt, niks gedaan, te zat waren om hem te helpen en zijn lijk hebben versierd. Ik voel me schuldig en besef dat, dat de reden is waarom ik naar de foto’s kijk. Ik ben een egoïst. Wat maakt het tijdstip van overlijden uit? Een waardige dood is hem niet gegund en daar verander ik niks aan. Ik zucht en terwijl ik de foto’s terugstop in het mapje, zie ik er eentje op de grond liggen. Langzaam raap ik hem op. Op de foto staat datzelfde meisje van zijn dromen. Ze heeft nu haar jas aan. Zachtjes geeft ze hem een afscheidszoen op zijn wang, terwijl ze met haar hand de chipsbak op zijn hoofd rechtzet. Hij moet de avond van zijn leven hebben gehad, en de glimlach die hier op zijn gezicht zou moeten zitten, verschijnt nu op mijn gezicht. Hij ziet er belachelijk uit en even schiet ik in de lach.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Vrije lijnen

‘Meester, ik heb een vlinder getekend.’ Ik staar naar het lege vel dat voor hem op tafel ligt. ‘Een vlinder? Maar ik zie helemaal niks.’ ‘Nee, niet daar,’ lacht hij alsof ik iets heel doms gezegd heb.