• Amies

Breekpunt

Toen ik klein was, had ik een regelmatig terugkerende nachtmerrie. Groene stokjes, verticaal in de aarde en een grote bruine schoen die precies daar bovenop ging staan. Steeds vlak voor de schoen de stokjes zou raken, braken ze af. Badend in het zweet werd ik wakker, maar nooit kon ik bedenken waarom deze droom zo angstaanjagend was.


*


Ze legt een bemoedigende hand op mijn knie maar ik duw hem direct weer weg. Meteen heb ik spijt. Waarom doe ik dat? Eikel. Ik kijk haar verontschuldigend aan maar zij is inmiddels geconcentreerd met het verkeer bezig. Ze ziet er lief uit als ze geconcentreerd is. Ze ziet er eigenlijk altijd lief uit. Ik houd van haar.


*


Het begon een paar weken geleden met de diagnose griep. Twee dagen later werd dat bijgesteld naar hersenvliesontsteking en lag ik in het ziekenhuis. Wonderlijk genoeg herstelde ik goed, alleen voor mijn gehoor was het te laat. Dat zou ik nooit meer terugkrijgen. Dit stond op een briefje dat de arts mij toeschoof, een paar dagen geleden. ‘We verwachten verder geen complicaties dus u mag nu naar huis. Mocht er onverhoopt toch iets gebeuren, of u heeft vragen, dan kunt u altijd iemand laten bellen’ stond vandaag met onmogelijk handschrift op een ander briefje dat ik kreeg in de spreekkamer van mijn arts. Kort daarop stond hij op en begeleidde mij naar de parkeerplaats voor het ziekenhuis. Ze stapte net uit de auto en kwam in snelle pas naar ons toe. Ik kreeg een zoen en vervolgens sprak zij nog een minuut of tien met de arts alvorens hij, mij met een vriendelijke lach een stevige handruk gaf. Ik knikte met gemaakte glimlach terug. Zij stopte een stapel informatiefolders in haar tas, die ze van de dokter kreeg en vanaf dat moment stonden we er dus alleen voor.

*

De rest van de reis houd ik mijn ogen gesloten en probeer wat te slapen. Ik wil nog niet zien wat ik niet meer kan horen. Niet dat ik de confrontatie zo kan ontlopen want de stilte blijft. Het besef begon in het ziekenhuis al wel naar binnen te sijpelen, maar thuisgekomen wordt pas duidelijk hoe het normale leven zijn normale gang niet meer zal hebben. Trots was ik op mijn platencollectie. Vooral sixties en oude punk doen het erg goed met een gemoedelijk kraakje. Ik zou er heel wat voor over hebben om nu af en toe alleen het kraakje maar te horen. Na enige twijfel pak ik toch mijn gitaar en speel een stukje, in de hoop dat het gevoel me ook zonder geluid nog een beetje voldoening kan geven, maar al snel loopt een koude rilling over mijn rug. Het is beangstigend hoe zelfbedachte tokkelstukjes je oren niet meer bereiken. De rest van de avond zit ik enigzins apathisch op de bank. Ik heb het gevoel alsof ik ergens op wacht. Wacht tot deze nachtmerrie voorbij is. Wacht op iets moois. In het ziekenhuis voelt alles nog niet zo definitief. Je blijft hopen dat er een arts komt die zegt; we zaten ernaast. Behandelen is heel goed mogelijk, maar hier thuis is niks meer om op te wachten. Het enige wat ik hier wil is slapen. In mijn dromen kan ik horen.


*


De klachten bij oorsuizen (tinnitus) kunnen varieren van licht geruis tot het geluid van bellen, fluitketels, straaljagers en zelfs stemmen… Wat fijn voor die mensen dat ze nog iets horen. Ik hoor niet eens het ruisen van mijn eigen bloed. Ik weet dat mijn gedachten onterecht zijn, maar ik heb het even nodig te zwelgen in zelfmedelijden. Ik gooi het foldertje op de grond. Met een geïrriteerd gezicht pakt zij het in het voorbijgaan op en legt het naast me op de bank. Ze loopt direct door naar de telefoon en neemt op. Blijkbaar ging hij over. Ik zit er drie meter vandaan maar hoor niks, ondanks de oude telefoon met draaischijf en rinkel van de oude stempel. Er verschijnt een glimlach op haar gezicht terwijl ze zich op de stoel tegenover mij nestelt, voor wat beloofd een leuk en lang gesprek te worden. Vroeger kon ik aan de toon waarop ze sprak meteen horen wie ze aan de lijn had. Nu heb ik geen idée. Lachen kan ze met velen. Langzaam bekruipt mij een angstig gevoel terwijl ik haar zie zitten. Mijn hart begint te kloppen in mijn keel en een lichte paniek maakt zich van mij meester bij het besef dat ik haar lach nooit meer zal horen. Mijn ogen schieten vol en blijkbaar huil ik niet geruisloos want met een bezorgd gezicht legt ze de hoorn op de haak en komt naast me zitten. Ze slaat een arm om me heen. ‘Hoelang zal het duren voor ik je stem vergeten ben?’ hakkel ik, waarschijnlijk net iets te hard, zoals altijd  als je jezelf niet kan horen. Even houdt ze me vast en pakt dan een papier van het tafeltje. ‘Zolang je mij maar niet vergeet.’ schrijft ze op een blaadje. ‘Blijft er niet genoeg over om van te houden? Weet je nog hoe vervelend je mijn verhalen in de ochtend vindt?’ Met een glimlach geeft ze mij het briefje. Ze is een ochtendmens, ik niet. Ik heb de eerste uurtjes rust nodig, maar ineens lijkt het of ik zelfs daarvan hield. Ik weet dat ik er vaak niet goed werd, maar het nooit meer horen geeft me een misselijk gevoel. Ze pakt mijn lesmap en steldt voor om samen te gaan oefen. ‘Wat heeft het voor zin,’ antwoord ik en wuif haar weg.


*


Geconcentreerd kijkt ze naar het blad dat voor haar op tafel ligt, terwijl ze met haar rechterhand onwennige gebaren maakt. Ze leert een taal die ik nog niet eigen ben en trekt er rare gezichten bij. Het ziet er lief uit. We hebben net ruzie gehad en dat was mijn schuld. De briefjes naast mij op de bank liegen er niet om. ‘Slappe zak! Hoe zielig ben je nou?’ en ‘Denk jij dat je de enige bent die hier mee moet leven? Egoïstische klootzak!’ Ik antwoordde dat zij altijd nog kon vertrekken en met een ander verder zou kunnen. Dit resulteerde in een terechte klap in mijn gezicht.


*


Stilte. Het moet de stilte geweest zijn, de totale afwezigheid van geluid wat mijn droom zo benauwend maakte. Een claustrofobische stilte, omdat ik niet ontsnappen kon. De stokjes braken wel, maar kraakten niet. Zonder verzet gaven ze zich over, nog voor ze goed en wel vertrapt werden.


*


Ik zucht diep en sta op. Ik loop naar de tafel, ga tegenover haar zitten en kijk een tijdje zwijgend naar haar. Ze kijkt niet op en blijft geconcentreerd bezig met de les. ‘A?’ raad ik. Ze kijkt me diep in mijn ogen. Dan verschijnt er een lach op haar gezicht. Ze schudt nee en schuift mij het blad voor.