• Amies

De terugvordering

Het is vroeg en doodstil in de stad. Boven het gebouw cirkelen ze geruisloos in de lucht, terwijl anderen op naastgelegen dakranden zitten. Ze weten wat komen gaat en wachten geduldig. Vanuit de verte nadert het lawaai snel en binnen enkele seconden is het gebeurd. Een straaljager, een lichtflits, een knal en het ineenstortende gebouw. Door de stofwolken heen storten ze zich op de ruïne als gieren op een kadaver. Ze bevechten elkaar en krijsen schel. Koude rillingen lopen over mijn rug bij het zien van bloeddoorlopen ogen die zoeken naar lijken. Eerst kinderen, dan ouderen. Met twee, drie tegelijk vliegen ze naar boven en stelen elkaars vangst. Ik schuifel langzaam dichterbij, in de hoop dat ik hierdoor te laat zal komen. Liever haal ik mijn quotum niet, dan dat ik hier aan mee moet doen. Ik kan er niet aan wennen. Binnen een paar minuten keert de rust terug en even is het stiller dan ooit. Over enkele ogenblikken zullen de eerste mensen toestromen om te zoeken onder het puin naar hun dierbaren, zonder ziel.