• Amies

De terugvordering

Het is vroeg en doodstil in de stad. Boven het gebouw cirkelen ze geruisloos in de lucht, terwijl anderen op naastgelegen dakranden zitten. Ze weten wat komen gaat en wachten geduldig. Vanuit de verte nadert het lawaai snel en binnen enkele seconden is het gebeurd. Een straaljager, een lichtflits, een knal en het ineenstortende gebouw. Door de stofwolken heen storten ze zich op de ruïne als gieren op een kadaver. Ze bevechten elkaar en krijsen schel. Koude rillingen lopen over mijn rug bij het zien van bloeddoorlopen ogen die zoeken naar lijken. Eerst kinderen, dan ouderen. Met twee, drie tegelijk vliegen ze naar boven en stelen elkaars vangst. Ik schuifel langzaam dichterbij, in de hoop dat ik hierdoor te laat zal komen. Liever haal ik mijn quotum niet, dan dat ik hier aan mee moet doen. Ik kan er niet aan wennen. Binnen een paar minuten keert de rust terug en even is het stiller dan ooit. Over enkele ogenblikken zullen de eerste mensen toestromen om te zoeken onder het puin naar hun dierbaren, zonder ziel.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd