• Amies

Deconstructief

‘Ik vind je prachtig.’ ‘Is dat zo?’ ‘Ja, echt heel mooi,’ herhaal ik, licht verbaasd door haar koele toon. Ze kijkt me aan en ik voel dat ik iets verkeerds gezegd heb. ‘Schatje, wat is er?’ ‘Als ik deze afzet, vind je me dan nog prachtig?’ Niet begrijpend kijk ik haar aan. ‘Natuurlijk, wat heeft dat nou te…’ ‘En als ik dit los draai?’ Ik knik. ‘Nou?’ ‘Ja,’ bevestig ik. Ze verdwijnt met haar hoofd onder tafel en ik hoor luid kraken. ‘En nu?’ vraagt ze wanneer ze met een rood hoofd weer te voorschijn komt. Ik weet niet wat ik moet zeggen en staar naar het bijna lege bierglas voor mij op tafel. ‘Hufter!’ ‘Mevrouw?’ klinkt het van onder tafel. ‘Mevrouw, doet u hier nog wat mee of mag ik het hebben?’ Een torretje zit op de grond en kijkt haar verwachtingsvol aan. ‘Doe er mee wat je wilt,’ zegt ze terwijl ze mij vernietigend aan blijft kijken. Mijn ogen prikken op het moment dat zij een tientje uit haar tas pakt en op tafel legt. ‘Mevrouw u ziet er prachtig uit,’ mompelt het torretje met volle mond. Haar gezicht ontspant, ze kijkt naar beneden en er verschijnt een glimlach. ‘Dank je, schat,’ zucht ze. Dan staat ze op en loopt mijn leven uit. Even is het doodstil. ‘Ze was echt heel mooi hè?’ zegt het torretje en snoept verder.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd