• Amies

Diep in de nacht

Een grote plons water daalde over de zwerm vuurvliegjes neer en met een sissend geluid doofden zij uit. Kleine rookpluimpjes lieten zij achter, terwijl ze als helikoptertjes uit de lucht stortten. Nu lagen ze daar doodstil in de modder, een enkeling nog kort naknetterend. Snel maakte mijn nieuwsgierigheid plaats voor een flinke dosis schaamte. Ik knielde bij een van de vliegjes neer en drukte zachtjes op zijn rug, zodat zijn natte vleugeltjes aan mijn vinger bleven plakken. Daar lag hij ondersteboven op mijn vinger met pootjes in de lucht. Droeve vliegenoogjes keken mij aan. ‘Ik had liever dat je dit niet gedaan had,’ zei het vuurvliegje, ‘en de anderen ook niet.’ ‘Het spijt me zo verschrikkelijk,’ zei ik zacht. ‘Kan ik iets doen om het goed te maken?’ Mijn stem haperde. ‘Nee,’ zei het vuurvliegje terwijl hij zich op zijn buik wurmde en van mijn vinger op de grond sprong. Met zijn hoofd maakte hij een landing in de modder. ‘Laat ons maar liever met rust,’ gorgelde hij uit de diepte. Ik knikte begrijpend. Verdrietig pakte ik mijn emmer en keerde huiswaarts.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd