• Amies

En neem je eieren mee

‘Wegwezen nu en neem je eieren mee! Ik word echt knettergek van je!’ roep ik, terwijl ik met mijn kam op tafel tik. ‘M-maar ik heb expres bijna niet gegeten zodat ik niet hoefde te bijten en ik heb mijn voetjes heel stil gehouden om je niet te kriebelen,’ snikt ze, ‘ik heb zo mijn best gedaan.’ ‘Dat is dan heel spijtig voor je maar je best is blijkbaar niet genoeg. Je zoekt maar een andere plek.’ Verslagen zoekt ze al haar neetjes bij elkaar, die ze maar amper allemaal kan dragen. Ze loopt naar links, naar rechts, naar voren, staat stil en is de kluts kwijt. Ze legt voorzichtig de neetjes weer neer en gaat op haar achterpootjes staan. Zo tuurt ze over het A4-tje in de verte. Haar verte is echter niet zo ver. ‘Wanneer zijn ze uitgerekend?’ vraag ik dan, met een zucht. Ze kijkt omhoog. ‘Over vijf dagen,’ stamelt ze. Even denk ik na en pak dan de eitjes van het papier. Voorzichtig zet ik ze weer op mijn kruin. ‘Vijf dagen,’ zeg ik, ‘vijf dagen en dan is het echt voorbij, begrepen?’ Ze knikt zachtjes en ik zet ook haar weer terug op mijn hoofd. Vlak voordat ik mijn hand wil terugtrekken voel ik een heel klein kusje op mijn pink. Mijn vriendin bekijkt dit alles met grote ogen. ‘Je begrijpt natuurlijk dat je zo niet bij mij in bed komt hè? Je slaapt maar mooi een paar nachten op de bank.’ Ik knik.

*

‘Wegwezen nu en neem je eieren mee! Jullie zijn hier niet geboren dus ik snap werkelijk niet wat jullie in mijn fonteintje te zoeken hebben.’ Gebogen over het waterpartijtje schreeuw ik twee paar opengesperde ogen toe. Even krab ik voorzichtig op mijn hoofd en ondertussen klimt hij dapper de kant op. ‘Aanvankelijk, beste meneer, waren mijn vrouw en ik op weg naar mijn geboortepoel maar vorig jaar stonden deze huizen er nog niet.’ Hij wijst met zijn korte voorpootje langs mij heen. ‘Nu weten we niet hoe we daar moeten komen.’ ‘En dus maak je hier maar een peuterspeelzaal en kom je mij ´s nachts uit mijn slaap kwaken?’ ‘Dat spijt me, meneer.’ ‘Ja, daar is het nu te laat voor. Ik zet mijn voordeur open en de achterdeur en dan hebben jullie tien minuten om te verdwijnen.’ ‘Jawel meneer,’ zegt hij en draait zich om. Zwijgend knikt hij naar haar en zij probeert met heel veel moeite een grote hoeveelheid dril uit het water te duwen. Ik kijk zo eens naar die natte bedoening en besluit dat ik dit eigenlijk niet over mijn vloerbedekking wil hebben. ‘Jongens, we gaan het anders doen. Jullie gaan hier het tuinpad af en dan naar rechts, de straat uit en weer twee keer rechts. Dan komen jullie vanzelf bij je poeltje uit. Goedemiddag.’ Wanneer ik een paar uur later naar buiten kijk, zie ik dat ze slechts een paar meter van het fonteintje op het tuinpad zitten. Het glibberige dril ligt onhandelbaar tussen hen in en op deze manier zitten ze morgen nog in mijn tuin. Ik besluit een laatste helpende hand te bieden en stop al het kikkerdril in een boterhamzakje. Hij neemt het uiteinde in zijn bek en eindelijk kunnen ze vertrekken. Plok, plok, fffffft. Plok, plok, fffffft, klinkt het als ze vertrekken. Nog altijd gaat het langzaam, maar toch een stuk beter dan hiervoor. ‘Dank je wel hoor,’ roept zij nog even voor ik naar binnen ga. Ik vraag me af of ik onredelijk ben geweest. Over een paar dagen slaap ik weer boven en hoor ik er waarschijnlijk niks meer van.

*

‘Wegwezen nu en neem je eieren mee! Zie je wel dat je niet te vertrouwen bent!’ Ik duw haar het huis uit en smijt de schaal gevulde eitjes achter haar aan. ‘Maar er is helemaal niks gebeurd!’ schreeuwt ze. ‘Ik gaf hem alleen een rondleiding door ons nieuwe hu..’ Met een klap sla ik de deur dicht. Ik loop de keuken in en sla hard tegen een kastdeurtje. Binnen in de kamer is iedereen doodstil. De gezellige sfeer is op slag weg. Ik voel me gebroken. Ik slaap slecht op de bank, die jeuk op mijn kop maakt me gek en ik ben dronken als een tor. Buiten hoor ik haar zachtjes huilen en ik word misselijk van mezelf. Misschien sprak ze de waarheid, bedenk ik. Het is per slot een housewarming. Oh god, waarom ben ik altijd zo jaloers als ik gedronken heb. Ik loop richting voordeur om te redden wat er te redden valt maar net als ik de keuken uit wil lopen hoor ik een stemmetje. ‘Meneer?’ Het geluid komt van een bord op het aanrecht, dat bedekt is met zilverfolie. Ik scheur het open en zie een stapel gemarineerde kippenpootjes liggen. ‘Meneer, kunt u ook die eieren weer mee naar binnen nemen?’ zegt een van hen, ‘want feitelijk zijn ze niet van haar maar van mij.’

*

‘Wegwezen nu en neem je eieren mee! Je vertrapt mijn hele tuin met je lompe poten!’ Ik heb een verschrikkelijke kater, mijn vriendin logeert bij haar beste vriend en ik denk niet dat zij nog terug komt. Het laatste waar ik nu zin in heb is eieren zoeken en kwaad ren ik de tuin in. Verschrikt kijkt de haas mij aan…

Recente blogposts

Alles weergeven

Vrije lijnen

‘Meester, ik heb een vlinder getekend.’ Ik staar naar het lege vel dat voor hem op tafel ligt. ‘Een vlinder? Maar ik zie helemaal niks.’ ‘Nee, niet daar,’ lacht hij alsof ik iets heel doms gezegd heb.

Ik wil niet naar een warm land.

‘Blaas dan! Is dit alles wat je kunt? Blaas dan, stom…’ Whoeiiiiiii. Met een harde plons beland ik tientallen meters verder in zee. Klets, nat, pak, aan! Te vroeg. Dit had ik niet verwacht. Nog niet.

Zoo

‘Maar meneer, ik wil niet terug!’ jammert hij, ‘het is daar zo kil en koud en ik word er ziek, hoor maar…’ Even kucht hij gemaakt. Ik stap stevig door over het parkeerterrein richting ingang. Bij de i