• Amies

Lentekriebel

‘Verliefd zeker?’ ‘Pardon?’ ‘Achtendertig blaadjes, een even aantal. Ze houdt niet van je.’ Verbaasd kijk ik naar het witte bloempje met zijn gele hartje dat ik in mijn hand heb. ‘Je had het me ook gewoon kunnen vragen. Nu ben ik geplukt en weldra zal ik sterven. Bedankt hoor. Ga je ook mijn blaadjes nog aftrekken?’ ‘Eehm… nou, ik denk…’ ‘Tegen wie praat je?’ hoor ik van achter mij. Ik draai me om en kijk haar aan. Mijn hart maakt een sprongetje. ’Wat een mooie bloem,’ zegt ze. ’Voor mij?’ ‘Ja,’ antwoord ik terwijl ik hem naar voren steek. ’Omdat je zo lief bent.’ ‘Ik hou van je,’ zegt ze. Ze pakt de bloem en ruikt eraan met haar ogen dicht. Dan laat ze hem vallen en kijkt mij diep in mijn ogen, slaat haar armen om mijn nek en geeft me een zoen. Vanuit het gras hoor ik nog zacht: ‘Mag ik even kotsen?’

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd