• Amies

Mijn bloem

Nog nooit had de Paardenbloem tegen mij gesproken. Mocht dit nog gebeuren, dan moest dit toch snel zijn, want weldra zou zijn gele pracht plaats moeten maken voor een gezonde bos pluis. Ik had altijd wel vermoedt dat ik te maken had met een heel gewone Paardenbloem, maar wilde toch het zekere voor het onzekere nemen. Vele dagen had ik reeds op mijn krukje in het weiland doorgebracht, toen ik achter mij een stem hoorde. ‘Vergeet het maar Amies. Hij heeft nooit gesproken en zal dat ook nooit doen.’ Ik keerde mij om en keek in het gezicht van een vergeet-mij-nietje. Om hem heen knikten Madeliefjes instemmend. ‘Zeg nooit, nooit… ‘ Antwoordde ik weinig overtuigend. ‘Nooit!’ Herhaalde het Nietje nu op ferme toon. ‘Nooit.’, ‘Nooit.’, ‘Nee nooit.’, Beaamden ook de Madeliefjes, zei het met mildere klanken. Ik zuchtte. ‘Ik ben bang dat jullie gelijk hebben.’ Teleurgesteld pakte ik mijn krukje op en verliet de weide. Nog een keer keek ik achterom en zag hoe een Koe haar tong krulde om de Paardenbloem… Mijn Paardenbloem.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd