• Amies

Niet wat het lijkt

‘Zeg Amies, heb je mij eigenlijk wel eens goed bekeken? Ik ben geen gewone tak, maar een wandelende tak!’ Verveeld kijk ik naar het sprietje dat mij vanaf de salontafel aankijkt. Het is me inderdaad niet eerder opgevallen maar het doet me weinig. Ja, nou en?’ Een wandelende tak, Amies. Ik lijk wel op een takje, maar ik kan wandelen. Kijk dan.’ Trots stapt hij op en neer en straalt van alle kanten. Heel bijzonder,’ zeg ik. Ik staar weer naar het vel voor mij en kras wat door de zoveelste mislukte poging mijn gevoel op papier te zetten. Je zou een leuk verhaaltje over mij kunnen schrijven.’ Ik zucht. Waarom zou ik in godsnaam een verhaaltje schrijven over een wandelende tak? Ik geloof dat ik wel wat beters te doen heb dan mijn tijd te verdoen aan het schrijven over beestjes.’ Met een weinig indrukwekkende poging gooi ik een propje papier richting prullenbak. Mis. Mijn schrijfblok wordt steeds dunner en de berg propjes rond mijn prullenbak steeds groter. Iets beters te doen?’ roept hij ‘Je komt al dagen niet van je gat! Je doet niks anders dan een beetje depressief in je stoel hangen. Hoe denk je dat dat spinnenweb aan je oor komt?’ Ik veeg langs mijn oor en inderdaad, er zit spinrag aan mijn vingers. Godver!’ hoor ik achter me. Ik kijk om en zie hoe een klein spinnetje mopperend weg stampt over de rugleuning. Misschien heeft dat twijgje gelijk. Er komt al dagen niks uit mijn handen, ik voel me ellendig en kan eigenlijk wel wat afleiding gebruiken. Wat creativiteit betreft ben ik op een absoluut nulpunt gekomen. Ik haal even diep adem, ga wat rechter zitten en bekijk het beestje. Ik denk en ik denk, maar ik kan met de beste wil van de wereld niet verzinnen wat ik met een wandelende tak moet aanvangen in een verhaaltje. Ik heb er eigenlijk ook geen puf voor. Wat zou ik over je kunnen schrijven?’ Van alles! Je zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met: Hé, voor een wandelende tak zit je wel behoorlijk stil!’ Glunderend kijkt hij mij aan in afwachting van een enthousiaste reactie, maar ik kan er niet om lachen. Je kan schrijven dat ik me krom lach!’ zegt hij terwijl hij zelf al begint te grinniken. Met een zucht schud ik mijn hoofd en leg mijn pen neer. Dit heeft geen zin, ik houd mezelf voor de gek. Amies, als ik me krom lach dan breek ik,’ zegt hij ‘vat je hem niet?’ Een tijdje is het stil. Je lijkt een beetje verdrietig, Amies. Wat is er toch met je aan de hand?’ Niks, er is niks aan de hand.’ Kom op, ik zie het toch. Vertel nou wat er aan de hand is, dat lucht op. Heus.’ Er is echt niks aan de hand,’ Echt niet?’ Net als dat jij op een gewoon takje lijkt, lijk ik verdrietig.’ Ik probeer mijn tranen in bedwang te houden en sta op om mezelf een whisky in te schenken. ‘Ja!’ roept hij me vrolijk na ‘ik lijk echt op een takje hè?’