• Amies

Op een lelie

Ik vlieg door de lucht, strek mijn armen uit, grijp een rietstengel en zwiep er om heen. Ik kom neer op een waterlelie en hop vrolijk door naar de volgende. Één, twee, drie. Op deze blijf ik staan en kijk om me heen. Buiten adem. Ik sta midden in het meer, op een lelieblad. Zodra ik ga zitten om even uit te blazen komt er een libelle op mijn neus zitten. ‘Hallo Libelle’, zeg ik. ‘Hallo Amies’, zegt de Libelle terug. ‘Je vindt het toch niet erg dat ik even uitrust op je neus?’ ‘Welnee, ik vind het zelfs wel gezellig’ Kort daarna komt er een tweede libelle op mij zitten en een derde, een vierde, een vijfde. Ik zit in een mum van tijd bedekt onder de libellen. ‘Ummm, jongens, waarom komen jullie eigenlijk met zijn allen tegelijk op mij zitten?’ Het is even stil. ‘Ik heb geen idee’, zegt een Libelle. ‘Ik ook niet’, zegt een ander. ‘Jongens, laten we ergens anders gaan zitten’, zegt een derde. De zwerm libellen vliegt op en zweeft als een wolk weg over het meer. Dan begint de lelie langzaam te zinken. Ik word nat en krijg het koud. De zon gaat langzaam onder en ik voel me ineens heel eenzaam.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd