• Amies

Op een lelie

Ik vlieg door de lucht, strek mijn armen uit, grijp een rietstengel en zwiep er om heen. Ik kom neer op een waterlelie en hop vrolijk door naar de volgende. Één, twee, drie. Op deze blijf ik staan en kijk om me heen. Buiten adem. Ik sta midden in het meer, op een lelieblad. Zodra ik ga zitten om even uit te blazen komt er een libelle op mijn neus zitten. ‘Hallo Libelle’, zeg ik. ‘Hallo Amies’, zegt de Libelle terug. ‘Je vindt het toch niet erg dat ik even uitrust op je neus?’ ‘Welnee, ik vind het zelfs wel gezellig’ Kort daarna komt er een tweede libelle op mij zitten en een derde, een vierde, een vijfde. Ik zit in een mum van tijd bedekt onder de libellen. ‘Ummm, jongens, waarom komen jullie eigenlijk met zijn allen tegelijk op mij zitten?’ Het is even stil. ‘Ik heb geen idee’, zegt een Libelle. ‘Ik ook niet’, zegt een ander. ‘Jongens, laten we ergens anders gaan zitten’, zegt een derde. De zwerm libellen vliegt op en zweeft als een wolk weg over het meer. Dan begint de lelie langzaam te zinken. Ik word nat en krijg het koud. De zon gaat langzaam onder en ik voel me ineens heel eenzaam.