• Amies

Stippels

‘Hallo!’ Ik schrik op uit mijn boek en kijk om me heen maar zie niemand. ‘Ik zit hier,’ klinkt het vanaf de vensterbank. ‘Hier. Ik ben tweestippig.’ ‘Pardon?’ ‘Tweestippig, tel maar.’ Nu pas zie ik het lieveheersbeestje zitten. ‘Ik geloof zo ook wel dat je tweestippig bent hoor,’ zeg ik met een glimlach. ‘Tel nou maar!’ ‘Maar ik gelo…’ ‘Tel!’ ‘Oké, oké,’ zeg ik en begin met tellen. ‘Een stippel, twee stippels…’ Het kevertje glundert. ‘Drie stippels, vier…’ ‘Ha ha, leuk hoor!’ roept het. ‘Vijf, zes, zeven stippels…’ ‘Stop nou!’ Het lieveheersbeestje draait zich demonstratief om. ‘Acht stippels, negen stippels…’ ‘Het is allang niet grappig meer!’ ‘Tien stippels, elf stippels. Elf stippels heb jij.’ ‘Pfft,’ zucht hij, ‘Ik heb twee stippels.’ ‘Zal ik ze nog eens tellen?’ vraag ik vriendelijk. ‘Nee! Ik weet heus wel dat ik er twee heb!’ Ik haal mijn schouders op en richt mij weer op mijn boek. Een tijdje is het stil. ‘Elf?’ hoor ik opeens zacht. Ik kijk nog eens naar zijn schildje en knik. Het kevertje kijkt scheel omhoog in een poging zijn eigen schild te zien. Het lukt niet. ‘Dan zijn we onmogelijk,’ fluistert hij. ‘Onmogelijk? Wie? Wat?’ ‘Ze zal me niet zien staan,’ stamelt hij en barst in huilen uit. ‘Nou dat zal toch wel meevallen? Wat maken die stippen nou uit?’ zeg ik enigszins verrast door de heftige reactie. ‘Nee. Zij is tweestippig. Dan ben ik een ander soort,’ snikt hij terwijl hij zijn vleugels uitslaat. Zigzaggend vliegt hij over de vensterbank, maar tranen belemmeren zijn zicht en vrijwel direct vliegt hij in een spinnenweb. In een mum van tijd is het lieveheersbeestje gemummificeerd. ‘Het kan me ook niet meer schelen,’ hoor ik zachtjes uit het witte bolletje en voor ik kan reageren dient de spin zijn dodelijke beet toe. Terwijl deze terug kruipt in zijn hoekje, besef ik mij hoe een grap verkeerd kan vallen.