• Amies

Zonder tranen

Het schoolplein lijkt verlaten, maar achter het klimhuis verscholen staat een jongetje. Het is een jongetje met een bloedneus. Hij heeft niet altijd een bloedneus, maar wel vandaag omdat twee grote jongens op een fiets dat wilden. Naast hem op de grond ligt een vertrapt lieveheersbeestje dat eerder nog op zijn vinger wandelde. Of hij ook even met het beestje mocht spelen, had de grootste hem gevraagd. Het mocht. Zijn vader is hem vandaag niet komen halen en hij begrijpt niet waarom. “Papa, papa, papa waar ben je?” Fluistert hij haast onhoorbaar. Papa geeft geen antwoord. De zon staat steeds lager en in de verte hoort hij de jongens. Het lijkt wel of ze terugkomen. “Papa, papa kom dan”

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd