• Amies

Vreemd toeval

‘Kijk eens, acht voetjes en toch hoef ik niet te lopen!’ Ik kijk omhoog en zie een spinnetje zweven aan een lang gesponnen draad. ‘Wacht op mij! hoor ik links van mij. Met grote snelheid vliegt een paardenbloemzaadje langs mijn hoofd. ‘We doen wie het verst met de wind kan zweven!’ Luid gekraak achter mij verstoort dit vrolijk tafereeltje. ‘Ik doe ook mee, ik doe ook mee!’, schreeuwt de honderd jaar oude eik, die altijd het weiland heeft gesierd. Langzaam ontwortelt de boom en zweeft een meter of twee, waarna hij met oorverdovend kabaal ter aarde stort. Het moet niet gekker worden, denk ik bij mezelf en of het toeval is of niet, het wordt inderdaad niet gekker.

Recente blogposts

Alles weergeven

Stipje

‘Ben jij zomaar een stipje?’ Helder blauw hangt het daar in de lucht. Ik loop er omheen. Boven, onder, van opzij, het lijkt van alle kanten op een stipje. Ik druk mijn vinger er zachtjes tegenaan. Het

Net even anders

‘Hé, wij zijn hetzelfde, wat grappig.’ ‘Nou, nee hoor. Kijk zie je dit tentakeltje? Dat is net even anders.’ Trots zwiept hij het op en neer. ‘Hé, jullie zijn hetzelfde, wat leuk.’ ‘Nee, wij zijn niet

Zoet slapen

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een bergje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd