• Amies

Vreemd toeval

‘Kijk eens, acht voetjes en toch hoef ik niet te lopen!’ Ik kijk omhoog en zie een spinnetje zweven aan een lang gesponnen draad. ‘Wacht op mij! hoor ik links van mij. Met grote snelheid vliegt een paardenbloemzaadje langs mijn hoofd. ‘We doen wie het verst met de wind kan zweven!’ Luid gekraak achter mij verstoort dit vrolijk tafereeltje. ‘Ik doe ook mee, ik doe ook mee!’, schreeuwt de honderd jaar oude eik, die altijd het weiland heeft gesierd. Langzaam ontwortelt de boom en zweeft een meter of twee, waarna hij met oorverdovend kabaal ter aarde stort. Het moet niet gekker worden, denk ik bij mezelf en of het toeval is of niet, het wordt inderdaad niet gekker.