• Amies

Ingepakt

Ik dacht dat ik zou moeten wennen, bang dat het fragiel zou zijn, maar ik kijk zelfverzekerd naar de monitor en weet zeker dat het goed zit. Piep-piep-piep. Mijn hart houdt er een mooi ritme op na. Strakker dan mijn vorige. Minder variatie, minder spanning, maar nu weet ik tenminste wat komen gaat en daar ben ik blij mee.


*


‘De operatie is zonder complicaties verlopen. Zoals u weet willen we u nog wel een paar dagen ter observatie houden, maar alles ziet er goed uit.’ ‘U heeft het toch niet weggegooid?’ vraagt mijn vriendin, die naast mijn bed op een kruk zit. ‘Nee hoor, het hart wordt volgens procedure verpakt, en u krijgt het mee zodra u uit het ziekenhuis wordt ontslagen.’ Voor de operatie hebben we vastgelegd dat ik mijn hart wil cremeren. Het is toch een stukje van mezelf en het zou me kunnen helpen in het verwerkings- en acceptatieproces, zo werd ons verteld. Nu zie ik het nut er niet meer van in. Ik ben ik en er valt weinig te verwerken. Ik heb allang geaccepteerd en ben tevreden. ‘Ik denk eerlijk gezegd niet dat het nog nodig is dokter.’ Mijn vriendin kijkt me verwijtend aan. ‘Ik denk wel dat het nodig is,’ zegt ze fel. ‘We hebben het hier toch over gehad? Waarom zeg je nou dat het niet hoeft? Misschien heb ik er wel behoefte aan.’ ‘Het kan inderdaad voor naasten prettig zijn o…’ ‘Het is al goed,’ onderbreek ik de arts. Ik zie niet in waarom het haar zou helpen. Zij is niks kwijt, maar ik heb geen zin in discussie. Discussies met haar maken mij kwaad, want dan wordt ze altijd onredelijk. Daar heb ik nu geen zin in. ‘Als we het maar meekrijgen,’ zegt ze ten overvloede. De arts knikt en verlaat de kamer. ‘Wat fijn hé, dat alles goed is. Ik ben zo blij. Ik heb jouw en mijn ouders uitgenodigd voor een etentje als je weer naar huis mag. We moeten het wel vieren natuurlijk.’ ‘Ik ben moe. Zullen we een andere keer praten?’ Ik draai mijn rug naar haar toe, sluit mijn ogen en luister naar mijn hart. Piep-piep-piep.

Recente blogposts

Alles weergeven

Vrije lijnen

‘Meester, ik heb een vlinder getekend.’ Ik staar naar het lege vel dat voor hem op tafel ligt. ‘Een vlinder? Maar ik zie helemaal niks.’ ‘Nee, niet daar,’ lacht hij alsof ik iets heel doms gezegd heb.

Ik wil niet naar een warm land.

‘Blaas dan! Is dit alles wat je kunt? Blaas dan, stom…’ Whoeiiiiiii. Met een harde plons beland ik tientallen meters verder in zee. Klets, nat, pak, aan! Te vroeg. Dit had ik niet verwacht. Nog niet.

Zoo

‘Maar meneer, ik wil niet terug!’ jammert hij, ‘het is daar zo kil en koud en ik word er ziek, hoor maar…’ Even kucht hij gemaakt. Ik stap stevig door over het parkeerterrein richting ingang. Bij de i